Leidse hofjes concerten 2013
Leidse hofjes concerten 2013
 
Leidse hofjes concerten 2013
 
 

HOFJES


ARS Aemula Naturae, Pieterskerkgracht 9-A
Het Leids schilder- en tekengenootschap Ars Aemula Naturae is een voortzetting van de in 1694 door de schilders Willem van Mieris en Carel de Moor opgerichte schildersacademie. Het genootschap is gevestigd in een prachtig 17e-eeuws monument in de binnenstad van Leiden. In deze sfeervolle omgeving exposeren leden van de vereniging hun werk en ontwikkelen zij hun deskundigheid met lezingen, workshops en tekensessies (naar model). Tijdens de Leidse Hofjesconcerten zal een expositie van Inge Reisberman (lens based kunstenaar, www.ingereisberman.nl) en Frederik Roes (tekenen in zwart-wit en kleine sculpturen, www.roomfordrawings.com) te zien zijn. Roes en Reisberman studeerden 25 jaar geleden af aan de kunstacademie AKI in Enschede,  maar wonen en werken sinds geruime tijd in Leiden.  Wat zij met elkaar gemeen hebben is het ingetogen, breekbare en soms geladen karakter van het werk.

Van Assensdelfthof, Langegracht 49
Het hofje was een initiatief van de houtkoper Bartholomeus Willemsz. van Assendelft. In 1624 liet hij in zijn testament vastleggen dat al zijn bezit naar zijn dochter zou gaan na zijn overlijden en dat er van de opbrengst van een paar stukken land, een hofje moest worden gebouwd. Zijn dochter stierf kinderloos en in 1681 maakten de erven een begin aan de bouw van het hofje. Nu is het hofje onderdeel van de Stichting Leidse Studentenhuisvesting, deze stichting liet het hofje grondig restaureren door de architect Piet van der Sterre.

Barend van Namenhof, Hoefstraat 12
De tekst boven de toegangspoort verwijst naar de stichter van het hofje: Barend van Namen. Op 7 december 1728 liet hij zijn testament opmaken bij de notaris omdat hij van plan was een hofje te stichten voor mensen ouder dan vijftig jaar. Van Namen kreeg niet veel later de kans om de poort met twaalf huisjes te kopen op een veiling. De huisjes mochten in beginsel alleen bewoond worden door echtparen. Wanneer een man overleed, moest de weduwe met een andere weduwe gaan samenwonen zodat het huisje weer beschikbaar kwam voor een nieuw echtpaar. Inmiddels is de gemiddelde leeftijd sterk gedaald en worden de regels met betrekking tot het samenwonen niet meer zo nauw genomen.

Bethlehemhof, Levendaal 109-111
In 1630 schonk Gerrit Frankensz. van Hoogmade aan de Waterlandse Doopsgezinde Gemeente grond gelegen aan de Langegracht en middelen om daar het Hof Bethlehem te bouwen. In 1660 stichtten de Vlaamse, Friese en Hoogduitse Doopsgezinden tussen Levendaal, Kraayerstraat en Gortstraat het hofje “De Houcksteen”. Vanaf 1701 gingen de twee Doopsgezinde Gemeenten als één gemeente samen verder. Het hofje aan de Langegracht werd in 1811 uit financiële nood verkocht en besloten werd toen, dat het hofje ”De Houcksteen” voortaan “Hof Bethlehem” zou heten. Eind 19e eeuw werd voor de oude gevel langs het Levendaal een nieuwe gebouwd en tussen 1978 en 1981 werd het gehele complex gerestaureerd.  Nu bestaat het hofje uit 15 zelfstandige woningen rond de hoftuin met pomp, d.i. de “Binnenhof”, en daartegenaan 8 woningen langs Kraaierstraat en Levendaal, d.i. de “Randbebouwing”.  

Brouckhovenhof, Papengracht 16
Het Brouchovenhof werd gesticht door de jurist Jacob van Brouchoven. Jacob bereikte zowel het stads- als het landsbestuur en in 1631 begon hij samen met zijn zuster, weduwe Anna van Baersdorp, aan de bouw van het hofje dat in 1640 was voltooid. In de klassieke gevel van Bentheimer zandsteen zijn de initialen van de stichter en zijn zuster uitgehouwen. Het reglement was streng en de regenten dienden er op toe te zien dat de bewoners zich niet zouden bezatten of ontuchtig zouden gedragen. Daarnaast dienden de bewoners van dezelfde geloofsopvatting te zijn als Van Brouchoven en zouden familieleden de voorkeur genieten boven vreemde bewoners.

Cathrijn Maartensdochterhof, Pasteurstraat 2a
Dit hofje werd gesticht in 1608 door Cathrijn Maartensdochter, weduwe van een welgestelde kleermaker. Hetzelfde jaar dat het hofje gesticht werd, waren er al acht huisjes gereed. Toen bevond het hofje zich aan de Zijdgracht (in 1886 gedempt), beter bekend als Korevaarstraat. In 1646 was het hofje voltooid en in 1910 werd het hofje verplaatst naar de Pasteurstraat, wegens het aanleggen van de Oranjeboomstraat. Ook de stichtingssteen met het opschrift werd meegenomen naar de nieuwe locatie.

Coninckshof, Oude Vest 15
Het Coninckshof is tot stand gekomen na de dood van juffrouw Cecilia Coninck. Zij was een geboren en getogen Amsterdamse, maar had een sterke voorliefde voor Leiden. Bij de opening van haar testament bleek er 50.000 gulden bestemd te zijn om een hofje te bouwen onder leiding van de Nederduits Gereformeerde Gemeente. Stadsbouwmeester Dirk van der Boon nam in 1773 de bouw op zich en in 1777 werd het hofje met zes woningen in gebruik genomen. Door middel van donaties en nalatenschap werd het hofje in 1870 uitgebreid met vier woningen. In 1988 werd het hofje gerenoveerd en werden er nog twee nieuwe huisjes aan toegevoegd.

Eva van Hoogeveenshof, Doelensteeg 7
In haar testament bepaalt Eva van Hoogeveen dat met haar nalatenschap een hofje gesticht moet worden voor kuise maagden en eerbare weduwen. Vrouwen met wie ze zich klaarblijkelijk identificeert; de tekst op de toegangspoort omschrijft haar als “zeer kuise en lofwaardige maagd”. In 1653 en 1654 worden de huisjes gebouwd naar ontwerp van Arent van ’s-Gravesande. Het poortgebouw aan de Doelengracht wordt in 1655 neergezet. Na enkele jaren voldoet deze kleine poort blijkbaar niet meer en in 1659 wordt de huidige toegangspoort aan de Doelensteeg gebouwd. Boven deze poort is het familiewapen van Eva van Hoogeveen en dat van haar moeder afgebeeld. Het schaap uit het familiewapen komt terug als bekroning op de hardstenen pomp uit 1739. In 1984 wordt de binnentuin opnieuw aangelegd naar oude voorbeelden. Het hof bezat oorspronkelijk 12 woninkjes. Op dit moment bieden de huisjes en de tot woning omgebouwde regentenkamer onderdak aan zowel ouderen als jongeren.

Groot Sionshof, Sionsteeg 4
In 1480 werd het Sionshof gesticht voor 14 oudere echtparen door Hugo van Zwieten en zijn vrouw Luitgairt van Boshuizen. De naam ‘Sion’ is gekozen ter herinnering van het laatste avondmaal op de berg Sion. Een van de regels van het hofje tot 1803 was dat een vrouw het hofje moest verlaten als haar man was overleden. Zij mocht dan de helft van haar bezittingen meenemen. De mannen waren in zekere zin bevoorrecht. Zij mochten als weduwnaars op het hofje blijven wonen mits zij niet opnieuw een huwelijk aangingen.

Heilige Geesthofje, Doezastraat 1a
De naam van dit hofje verwijst naar de stichter Cornelis Sprongh van Hoogmade en naar de duif, symbool van de Heilige Geest, die te zien was in de daklijst van zijn chique woning aan de Breestraat. Toen Cornelis veertig jaar was, overleed zijn vrouw en bleef hij alleen achter. Op 47 jarige leeftijd besloot de kinderloze, maar rijke weduwnaar dat zijn woningen na zijn dood zouden dienen als hofje voor zeven alleenstaande vrouwen boven de vijftig. In 1920 en 1926 werd het hofje in twee fases volledig herbouwd naar een ontwerp van Jan van der Laan in quasi Oudhollandse stijl.

Jan Pesijnhof, Kloksteeg 12
Dit hofje werd in 1655 gesticht door Jean Pesijn. Hij was een vluchteling, afkomstig uit de buurt van Lille, Noord Frankrijk. Hij was getrouwd met Marie de Lannoy. Nadat hun enige dochter was overleden tijdens een pestepidemie, besloten zij in 1655 een hofje te sitchten. Na de dood van Jean kocht Marie enkele huisjes in de Engelse poort aan de Kloksteeg. Deze poort is zo genoemd omdat hij kort na 1611 is gebouwd door leden van de groep Engelsen rond ds. John Robinson. Deze groep zou later bekendheid krijgen onder de naam Pilgrim Fathers, de stichters van een van de oudste en belangrijkste kolonies in Amerika. In 1980 heeft dit hofje een grote renovatie ondergaan.

Jean Michelhof, Pieterskerkstraat 10
Het Jean Michelhofje werd in 1687 gesticht door de weduwe van lakenkoopman Jean Michel, genaamd Catharina Geschier. Het paar was kinderloos gebleven en had daarom besloten hun vermogen te gebruiken voor de bouw van een hofje voor broeders en zusters van de Waalse Kerk in Leiden. Er was plaats voor vier echtparen en acht alleenstaande vrouwen. In de 19de eeuw werden de reglementen aangepast wegens het sterk inkrimpen van de Waalse Gemeente en mochten ook leden van andere protestantse kerken in het hofje komen wonen. In de jaren zestig van de vorige eeuw werd het hofje gered van de sloop door de Stichting Leidse Studentenhuisvesting, die onder leiding van architect E.A. Canneman een restauratie in gang zetten.

Joost Frans van de Lindenhof, Grevenstraat 16
Joost Franszoon van der Linden liet in 1668 zijn testament maken waarin hij zijn bezit, een poort met wat huisjes, naliet aan zijn nicht. Zij kreeg daarbij de opdracht om hier een hofje van te maken waar leden van de Remonstrantse Gemeente eeuwig voor niets mochten wonen. Het nagelaten kapitaal was echter niet voldoende om het hofje voor eeuwig te beheren, maar na de sanering van de buurt en een restauratie in de jaren negentig van de vorige eeuw bleef het hofje redelijk overeind. Tegenwoordig wordt het hofje bewoond door mensen van allerlei leeftijden en geloofsovertuigingen.

Pieter Gerritsz. van der Speckhof, Pieterskerkhof 42
Pieter Gerritsz. van der Speck, rentmeester van de kerken, stichtte dit hofje in 1645. Het hofje werd bekostigd met eigen vermogen, verdiend met VOC aandelen, en gebouwd op het erf achter zijn huis aan de Langebrug met een verbinding naar het Pieterskerkhof. Vier huisjes ware bestemd voor weduwen en vier huisje voor echtparen. Het hofje leidde een kwijnend bestaan totdat in 1823 de financiële situatie verbeterde door een nalatenschap van Mejuffrouw du Pon. In 1977 werd het hofje volledig gerestaureerd en werden de acht huisjes samengevoegd tot vier comfortabele woningen.

Pieter Loridanshof, Oude Varkenmarkt 1
Toen Pieter Loridan in 1655 overleed aan de pest, had hij net veertien dagen daarvoor zijn testament gemaakt. Hij wilde zijn nalatenschap laten besteden aan de bouw van een hofje voor de bejaarden in Leiden die minder fortuinlijk waren geweest dan hijzelf. Het hofje zou bestaan uit twaalf huisjes, enkel voor bewoners die lid waren van de Waalse Gemeente in Leiden. In 1657 konden de eerste bewoners hun intrek nemen. Na de  Tweede Wereldoorlog raakte het hofje in verval en werden de huisjes onbewoonbaar. In 1964 kocht de Stichting Leidse Studentenhuisvesting het hofje en liet het onder leiding van architect Piet van der Sterre restaureren.
 
Regentenkamer, Oude Vest 159a
In 1680 stichtte Maarten Meerman, telg uit een invloedrijke VOC-familie samen met zijn vrouw Helena Verburg, het grootse Hof in Leiden genaamd: “De Meermansburg”. Het hofje, gelegen aan één van de mooiste grachten in historisch Leiden, werd oorspronkelijk gesticht voor weduwen en alleenstaande dames van goede afkomst en zeden. Boven de statige entree van dit hofje vindt men de Regentenkamer, die uitkijkt over de Oude Vest en de fraaie 17e eeuwse stadstuin. Het interieur van De Regentenkamer wordt gedomineerd door de prachtige collectie 17e en 18e eeuwse portretten van vroegere regenten. De stichtingsakte uit 1680 bepaalt dat deze schilderijen voor altijd in de Regentenkamer zullen blijven hangen, een traditie waar ook nu nog zorgvuldig de hand aan wordt gehouden. Samen met het elegante stucplafond, de bordeaux rode fluwelen wandbespanning en de marmeren schouw, vormt dit één van de fraaiste historische interieurs in Leiden.

Schachtenhof, Middelstegracht 27
Dit hofje werd in 1664 gesticht in naam van de Leidse weesjongen Theunis Jacobsz. Van der Schacht. In zijn testament stond dat er na zijn overlijden een hofje met twaalf huisjes moest worden gebouwd aan de Middelste Gracht. De stichter eiste dat bewoners van veertig jaar en ouder er gratis mochten wonen. Ook had hij de voorkeur voor familieleden en bewoners die net als hij in het Weeshuis van Leiden waren opgegroeid.

Sint Jacobshof, Doezastraat 25
De Leidse koopman Gomarus van Craeyenbosch wilde in 1672 een hofje stichten voor katholieke stadgenoten. Maar vanwege het calvinistische regiem in die tijd, was het absoluut onmogelijk om het woord rooms-katholiek in een testament te laten opnemen. De oplossing die Van Craeyenbosch hiervoor bedacht was simpel. Hij zorgde er voor dat zijn neven en nichten genoeg legaten kregen zodat zij tevreden waren en benoemde trouwe roomse stadgenoten als de eerste regenten die het hofje zouden besturen. In 1681 werd begonnen met de bouw van zes huisjes, in 1863 werden er voor 3300 gulden vijf huisjes bijgebouwd en in 1879 werd er een twaalfde huisje aan toegevoegd.

Tevelingshof, Vierde Binnenvestgracht 7
Het Tevelingshof werd gesticht in 1655 en gebouwd in 1666 in opdracht van de Leidse kooplieden en broers Jacob en Charles Tevel. Toen tijdens de pestepidemie in 1655 veel gezinnen werden getroffen door ziekte en dood, besloot de ongehuwde Charles Tevel zijn testament te maken en alles na te laten aan zijn broer. Jacob kreeg de opdracht om na zijn dood een hofje te bouwen met twaalf huisjes voor kinderloze echtparen ouder dan twintig. Jacob en zijn vrouw lieten dit later uitbreiden tot twintig huisjes. Het hofje heeft aan drie zijden straten. Om de beschikbare grond zo optimaal mogelijk te benutten is de plattegrond licht ruitvormig. De daardoor ontstane scheefheid is overal doorgevoerd, in zowel de poort bij de ingang, de vestibule, de vloertegels, de pomp, en zelfs in de putdeksels. Van de twintig huisjes zijn er vier precies op de hoeken. Die hebben hun ramen aan de straatzijde.

Meermanshof, Oude Vest 159a
In 1680 stichtte Maarten Meerman, telg uit een invloedrijke VOC-familie samen met zijn vrouw Helena Verburg, het grootse Hof in Leiden genaamd: “De Meermansburg”. Het hofje, gelegen aan één van de mooiste grachten in historisch Leiden, werd oorspronkelijk gesticht voor weduwen en alleenstaande dames van goede afkomst en zeden.




 
 
 
 
  • Cultuur Fonds Leiden
  • OntdekLeiden stad van ontdekkingen
  • Fonds1818
  • SHWJ
  • Forzavital
  • Ogimivital
  • Stichting werk en ondernemen
  • Roundtable
  • Stago